Sprint 1 –

Sprint 1

Desk research

-

Onderzoeksrapportage

Tijdens deze sprint hebben we onderzoek gedaan rondom laagggeletterdheid bij ouders.

 

Een onderzoeksrapportage is een overzicht van wat je hebt onderzocht, wat je hebt ontdekt en wat dat betekent voor je project

Voor Sprint 1 betekent dat:

je verkenning van het probleem, je deskresearch, je deelvragen + antwoorden, je belangrijkste inzichten en conclusies.

Het doel is om te laten zien dat wij het probleem goed begrijpen vóórdat we oplossingen gaat bedenken.

 

Introductie

In Sprint 1 stond het verkennen van het probleem centraal. Door middel van deskresearch hebben wij inzicht gekregen in de doelgroep, de context en de belangrijkste knelpunten.

 

Onderzoeksvraag

Hoe kunnen we de participatie van laaggeletterde Rotterdamse ouders met een migratieachtergrond vergroten en de verbinding tussen hen en instanties versterken?

 

Onderzoeksmethode

In Sprint 1 is gebruik gemaakt van deskresearch (literatuuronderzoek). Hierbij zijn artikelen, rapporten en bestaande onderzoeken geanalyseerd over:

  • laaggeletterdheid in Rotterdam en Nederland
  • participatie in de samenleving
  • communicatie tussen burgers en instanties
  •  

Kennismakings gesprekken (zoals Emmbeat & Tanja & Lezen en schrijven)

 

experimenten (bordspellen)

 

Doel

Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen:

  • welke vormen van participatie er zijn
  • hoe de doelgroep momenteel participeert
  • welke drempels zij ervaren
  • hoe de communicatie met instanties verloopt
Deelvragen
  • Welke vormen van participatie zijn er?
  • Wat is de verbinding tussen de doelgroep en instanties?
  • Met welke instanties heeft de doelgroep te maken en welke communicatievormen gebruiken zij?
  • Wat belemmert laaggeletterde Rotterdamse ouders met een migratieachtergrond om contact op te nemen met instanties?
  • Wat gaat er mis in de huidige communicatie?
  • Wat zijn de verschillen tussen ouders met en zonder migratieachtergrond?
Belangrijkste inzichten (KEY INSIGHTS)

 

  • gedrag (bijv. uitstelgedrag)
  • drempels (taal, schaamte, cultuur)
  • systeemproblemen
  • vertrouwen

 

 

Resultaten
5.1 Wat is participatie?

Participatie betekent dat mensen actief deelnemen aan de samenleving. Dit kan op verschillende manieren, zoals:

  • betrokken zijn bij de school van hun kind
  • deelnemen aan buurtactiviteiten
  • vrijwilligerswerk doen
  • contact hebben met organisaties en overheden

Door te participeren krijgen mensen meer invloed op hun leefomgeving en voelen zij zich meer verbonden met de samenleving.

Voor laaggeletterde ouders met een migratieachtergrond kunnen hierbij extra drempels ontstaan, zoals taalproblemen, digitale vaardigheden en het begrijpen van informatie.


5.2 Vormen van participatie

Er zijn verschillende vormen van participatie:

  • Onderwijsparticipatie
    Betrokkenheid bij school (ouderavonden, gesprekken, activiteiten)
  • Maatschappelijke participatie
    Deelname aan buurtactiviteiten, vrijwilligerswerk
  • Institutionele participatie
    Contact met instanties en overheden
  • Sociale participatie
    Contact met andere ouders en buurtbewoners
  • Digitale participatie
    Gebruik van digitale systemen en communicatie
  • Economische participatie
    Deelname aan werk of financiële activiteiten

5.3 Onderwijsparticipatie

Onderwijsparticipatie betekent dat ouders betrokken zijn bij de school van hun kind.

Dit heeft positieve effecten:

  • betere schoolprestaties van kinderen
  • meer vertrouwen tussen ouders en school
  • meer inzicht voor ouders
  • Voor laaggeletterde ouders zijn er echter drempels:
  • moeite met schoolinformatie
  • onzekerheid in gesprekken
  • onbekendheid met het schoolsysteem

5.4 Maatschappelijke participatie

Maatschappelijke participatie gaat over deelname aan activiteiten in de wijk.

Dit zorgt voor:

  • meer sociale contacten
  • sterkere gemeenschap
  • meer betrokkenheid
  • Voor laaggeletterde ouders:
  • informatie is vaak moeilijk te begrijpen
  • deelname is minder vanzelfsprekend
  • afhankelijkheid van anderen is groter

5.5 Verbinding tussen doelgroep en instanties

De communicatie tussen ouders en instanties verloopt vaak via:

  • brieven
  • e-mails
  • websites en apps
  • telefonie
  • gesprekken

Deze communicatie is vaak:

  • complex
  • tekstgericht
  • formeel

Hierdoor ontstaat miscommunicatie en afstand tussen de doelgroep en instanties.


5.6 Belemmeringen in contact

Belangrijke drempels zijn:

  • Taalbarrière (NT2)
    Moeite met Nederlands
  • Digitale vaardigheden
    Moeite met online systemen
  • Schaamte en onzekerheid
    Niet durven vragen
  • Complexe communicatie
    Moeilijke brieven en formulieren
  • Gebrek aan vertrouwen
    Minder contact met instanties

5.7 Verschillen tussen doelgroepen

Laaggeletterde ouders met migratieachtergrond:

  • grote taalbarrière
  • minder kennis van systemen
  • meer afhankelijk van hulp
  • minder vertrouwen

Andere ouders:

  • minder taalproblemen
  • tijdgebrek als drempel
  • meer kennis van systemen

Overeenkomsten:

  • moeite met complexe communicatie
  • lage betrokkenheid
  • behoefte aan duidelijkheid
  • persoonlijk contact werkt het best

5.8 Wat gaat er mis in de huidige communicatie?
  • communicatie is te ingewikkeld
  • te veel tekst, te weinig visueel
  • niet afgestemd op doelgroep
  • te veel digitale afhankelijkheid
  • gebrek aan persoonlijk contact

Hierdoor:

  • begrijpen mensen informatie niet
  • ontstaat onzekerheid
  • wordt contact vermeden of uitgesteld

 

Conclusie

wat betekent dit voor jullie ontwerpvraag?

De verbinding tussen laaggeletterde ouders en instanties wordt belemmerd door een combinatie van taalproblemen, digitale drempels en complexe communicatie.

Hierdoor participeren ouders minder en maken zij minder gebruik van voorzieningen.

Om dit te verbeteren is het belangrijk om:

  • communicatie begrijpelijker te maken
  • visuele middelen te gebruiken
  • meer persoonlijk contact te stimuleren
  • beter aan te sluiten op de leefwereld van de doelgroep

 

Overgang naar Sprint 2

In Sprint 1 hebben we het probleem breed verkend en inzicht gekregen in de doelgroep en de belangrijkste drempels.

In Sprint 2 blijven we in eerste instantie nog divergeren. Dit betekent dat we verschillende ideeën en oplossingsrichtingen gaan verkennen.

Na het uitvoeren van field research (interviews en testen) zullen we gaan convergeren. Hierbij maken we keuzes en werken we toe naar een concreet concept dat aansluit bij de behoeften van de doelgroep.

 

Divergeren vs Convergeren

Divergeren

breed denken

veel ideeën

geen keuzes maken

ontdekken

 

Convergeren

keuzes maken

focus bepalen

1 richting kiezen

uitwerken